Nog meer kippen

De familie Thus heeft wat met tütten (dialect voor kippen). Zie ook "De kip en de ij"

In Kronijck van Deutecom nr 105 jaargang 26 nr 105 (september 2002) staat een artikel van Jan Berends: Enkele herinneringen aan de schilders Thus uit Dichteren. De inleiding stond ook in Old Ni-js van de Heemkundekring Bergh, nummer 44 over Wijnbergen en hebben we eerder al opgenomen bij ‘Individueel’ (tak Oer). Het vervolg van het verhaal:

Bij de familie Thus liepen’ zoals vroeger veelal’ de kippen los op het erf. Als deze dan gevoerd werden kwam ook elke keer de haan van buurman Nol Bergevoet [anno 2002 Wensink-Bergevoet] een graantje meepikken en deze vrat zich volgens Jan Thus ‘knuppeldik’’. De schilder ving de haan en verfde hem rood, wit en blauw. Men vond dit een mooi gezicht Hoe het met de haan is afgelopen? Deze liet zich niet meer zien. Of hij werd binnengehoudenof hij was in de pan beland.

Bij de schilders Thus kwam nooit een kip op tafel, maar soms moesten de schilders wel eens bij de klanten eten, omdat de afstand naar huis tussen de middag te groot was. Dan kon het gebeuren, dat een grote Barnevelder, van de leg af of met een ander mankement, werd uitgezocht, in de pan verdween en op tafel verscheen. De schilders moesten dan meermalen geroepen worden, zodat men eruiteindelijk toch echt aan moest geloven. Vooral Jan Thus jr. kon er niet tegen en zei wel eens, dat hij geen vlees lustte uit een pan, waarin ooit een kip was klaargemaakt.

Het gebeurde eens dat er overal in Dichteren kippen werden gestolen. Er werd een kippenwacht in het leven geroepen. Per nacht werden er twee mannen aangesteld die op moesten letten om op die manier diefstallen te voorkomen. Bij alleen maanlicht was het vaak geen gemakkelijke zaak, maar verveling in de lange nacht leidde nog wel eens tot kattenkwaad. Zo vonden, na een zekere nacht, de eigenaren hun waakhonden verwisseld. Een heel vreemde hond lag dan voor het hok.

Ene Gradus was nogal eens het mikpunt. Hij riep dat ook wel over zich af, doordat hij geweldig kon opscheppen. Zo werd er eens bij Gradus geschilderd. Hij pochte, dat hij zo’n waakse hond had en bij hem de deuren zo zwaar waren vergrendeld, dat inbreken bij hem onmogelijk was!

Op een dag schilderde Jan Thus wat langer door en ging stiekem naar het achterhuis om de grendel van de deur te doen. Toen Gradus ’s morgens opstond was hij geheel ontdaan, dat er mensen in zijn huis waren geweest. Boven de deur naar de gang stond ‘goede morgen’ geschilderd.

Ook de kippenwacht nam Gradus nog eens te pakken. Gradus praatte wat speciaal, vooral als hij opgewonden was en ’s morgens liep hij na een onaangekondigd bezoekje schreeuwend rond: ‘Hond leeuw, hond zebra maak, voe:le jongens, ik zal ze kriegen, ummes jao!’ zijn hond was beschilderd op afrikaanse wijze. De schilders Thus wisten natuulijk nergens van, maar Dichteren wist wel beter.

Dat Jan Thus tot op hoge leeftijd zich goed voelde, blijkt wel uit het feit, dat hij op bijna negentigjarige leeftijd, nog boven op de ladder stond om de mussennesten tussen de pannen en de windveren uit te halen. Dokter Fackeldey, een vroegere huisarts, kwam net op huisbezoek en riep: "Kom onmiddellijk naar beneden en waag het niet nog eens zulke gevaarlijke capriolen uit te halen ". Jan Thus was nogal laconiek: " Dat hek toch altied gekund! "

Noot: met dank aan Willemien Aalberts-Thus [dochter van Thus-Steentjes, kleindochter van Thus-Tangelder].

© 2005 - 2006 Thuys.net